Mijn denken over het concept en de vormgeving van Witloof werd gevoed door een bezoek aan Antwerpen en Gent. Wat opvalt in typische Belgische cafés en restaurants is de vaak ongerijmde mengeling van stijlen en interieur elementen. Je krijgt de indruk dat er in de loop der tijd van alles is aangebouwd en allerlei bric a brac toegevoegd.
Ik wilde dit niet letterlijk vertalen naar het nieuwe interieur van Witloof. Ik heb er een eigen bewerking van gemaakt en in feite drie interieurs die typisch zijn voor de Belgische horeca in een ruimte samengevoegd. Zo ziet de entreeruimte er uit als een blokhut in de Ardennen, een boerderij of schuur op het platteland. De ruimte die volgt is wit betegeld, en heeft een strak grootstedelijk karakter en roept herinneringen op aan het oubollige interieur van een friture. Het achterste deel van het restaurant is de Salon met groengouden barokbehang en een vloer die op Naamse steen lijkt.
De overgang van de entree naar de betegelde ruimte wordt gemarkeerd door een rode neon, symbool voor de scheidslijn tussen Vlaanderen en Wallonië of tussen het platteland en de stad, een scheidslijn die in België nog reëel aanwezig is. De rode neon is voorts ook een typisch Belgisch schijnsel langs straten en wegen van etablissementen waar madammen hun diensten aanbieden.
Naast de rode neon hangt er aan de rechterwand een gele neon die in combinatie met de zwarte wand samen de Belgische driekleur vormt. In het witte tegel gebied staan verder drie San Severia's in tegelblokken die uit de muur komen, en een witte betegelde bar. Deze bar heeft kasten, omkaderd met gouden baroklijsten als achterwand.
In deze kasten staan, als in een stilleven, glazen en flessen. Vervolgens gaat deze ruimte over in de Salon, met zijn barokbehang en "Naamse" vloer. De Salon wordt d.m.v. van een wenteltrap verbonden met de kelder. Deze wenteltrap wordt afgescheiden door zwarte smeedijzeren hekken.
Achter deze hekken de zwarte toiletdeuren met zichtbaar door de hartvormige openingen in de deuren het rode en gele interieur voor respectievelijk het heren en dames toilet. Deze vormen samen weer de Belgische driekleur. Tevens staan er op de deuren in zwart barokreliëf het mannelijk en vrouwelijk teken en een omgekeerd rood hart (heren) en een geel hart (dames). Deze verwijzen naar het uitgezaagde hart in oude toiletdeuren maar staan ook voor de oorspronkelijke symbolen voor mannelijk en vrouwelijk die afkomstig zijn van de astronomische symbolen voor de planeet en de god Mars (de rode planeet) en de planeet en de godin Venus. Het ene teken staat voor een rudimentaire fallus (het omgekeerde rode hart is in feite een eikel) en het andere gele of gouden hart staat voor vrouwelijkheid of vruchtbaarheid maar ook voor de heilige graal (Godfried van Bouillion).
De kelder, welke stamt uit de late Middeleeuwen, is gans zwart geverfd en op de vloer hebben we zwarte tegels gelegd met in gebroken wit een neo-gotisch floraal motief. Dit motief wordt als het ware, in hoogglans zwart, weerspiegeld op de mat zwarte wanden. Je waant je in een nachtelijk bos of in een kapel of crypte. Dit beeld wordt nog versterkt door de zwarte kastenwand met in zwart hoogglans heiligenbeelden en een zwarte bar of altaar. Altaar en toog waren meestal niet ver verwijderd van elkaar in het Rooms-katholieke België en hebben beide veel verwantschap niet alleen in formele maar ook in conceptuele zin. Beide hebben voor veel inspiratie en contemplatie gezorgd in de Belgische cultuur. Vandaar de prominente aanwezigheid in deze ruimte.
Sinds oktober 2010 werd de zwarte zaal ge-restyled tot 't Rubenskelderke. Wulps dineren in Belgische ambiance…
Dineren bij Witloof, onder het toeziend oog van wulpse madammen. Ter gelegenheid van het 5-jarig jubileum restylde Maurice Mentjens 't kelderke van ons BRUISEND eetkaffeetje mè 'n megaprint van Rubens. Mentjens beschrijft het als 'n Bourgondische orgie van frivole naakten. Wij zouden nie' durven om hem tegen te spreken. Even smaakvol als gewaagd.
Eten en erotiek; verschil of overeenkomst? Als het aan ontwerper Maurice Mentjens ligt, het laatste. "Beide begrippen zie je vaak samenvallen in de allegorische voorstelling van de lustbeleving. Van geliefden die elkaar poëtisch een druif voeren tot de rauwe variant in films als 'La grande Bouffe'. Smaak is onderdeel van onze zintuigen; het voedt fysiek en psyché."
Sixtijnse KapelWitloof is een van de bekendste etablissementen van Maastricht. Eigenaar Ad Fiddelers bouwde een eenvoudige maar uitstekende keuken op, gespecialiseerd in traditionele Belgische gerechten. Vijf jaar geleden tekende Maurice Mentjens al voor het prijswinnende interieur. Vormgegeven in een stijlmix van stad en platteland, overgoten met de oubolligheid van de Belgische friture – van dikke Vlaamse frieten tot en met een Middeleeuwse crypte.
Die laatste is nu omgetoverd in een zinnenstrelende, letterlijk alomvattende eetbeleving. Mentjens liet de gewelven van het souterrain geheel behangen met levensgrote digitale prints van het schilderij 'Venus, Cupido, Bacchus en Ceres'. "We hebben het souterrain van dit Rijksmonument uit 1460 omgetoverd in een Sixtijnse Kapel. Maar wel één met Vlaamse wortels."
SymboliekMentjens - 'ontwerper van de verbeelding' – werkt graag met symbolen, associaties en verwijzingen. Hij vind ze in de mythologie, historie, literatuur of beeldende kunst. Dit barokke meesterwerk kwam hij tegen in de Gemäldegalerie 'Alte Meister' van het Museumslandschaft Hessen Kassel. "Het trof me gelijk. Ook al omdat Peter Paul Rubens natuurlijk één van de beroemdste Belgische schilders is en dus perfect binnen dit landenthema valt. Maar daarnaast toch vooral omdat de weelde aan rondborstig vrouwelijk naakt naadloos past in de Belgische stijl van Witloof." De voorstelling roept beelden op van de Hoorn des Overvloeds, van gulheid en gulzigheid, van sensuele lust en onbekommerd genieten. Realiteit en illusie versmelten met elkaar, net als in de kunst van het koken. Kort samengevat: een feest om hier te mogen eten, comfortabel gezeten op het Belgische, barokke pluche.